Dit type boog wordt op de Olympische spelen gebruikt. Het is in wezen een Bare bow met extra onderdelen erop gemonteerd. De schutter beschikt over een vizier waarmee hij de pijl op het blazoen kan richten. Het vizier is relatief simpel en mag bijvoorbeeld geen lens bevatten.
Doorgaans bestaat het vizier uit een klein buisje waar de schutter doorheen kan kijken.
De Freestyle schutter zal bij het veranderen van afstand niet zijn hand op de pees verplaatsen zoals de Bare bow schutter dat doet. Het verstellen van het vizier (links/rechts, omlaag/omhoog) is voldoende.
Verder beschikt deze boog of 1 of meerdere stabilisatoren. Deze zorgen ervoor dat trillingen in de boog, op het moment dat de pijl wordt gelost, worden gedempt en opgevangen.
Deze bogen bestaan nog niet zo heel lang, alhoewel... de eerste compound bogen werden rond 1970 in Amerika ontwikkeld. Deze bogen hebben relatief korte werparmen. Een systeem van 1 of twee concentrische wielen helpt de schutter de boog te trekken.
Deze bogen kunnen de pijl veel energie geven en het trekgewicht is in Nederland beperkt tot 60 Engelse ponden. Gelukkig hoeft de schutter dat niet allemaal vast te houden. Deze bogen zijn in het begin zwaar maar het trekgewicht verminderd naarmate de boog verder wordt uitgetrokken. Een besparing van 75% is bij moderne bogen haalbaar. Een schutter met een 60 ponds boog hoeft dan slechts 15 ponden vast te houden als hij onder schot staat.
Ook compoundbogen mogen worden voorzien van stabilisatoren en een vizier. Het vizier mag, in tegenstelling tot Freestyle, wel een lens bevatten. Samen met de Peepsight, een onderdeeltje in de pees waarin een klein gaatje zit, vormt het vizier een soort verrekijker die 4 tot 8 keer vergroot. Een ander verschil met Freestyle en Bare bow is dat de schutter gebruik mag maken van een 'release'. Dat is een apparaatje dat aan de pees wordt geklikt en waarmee de pijl wordt gelost door het indrukken van een knopje.